Vaak, zeker wanneer ik zeg dat ik tegenwoordig in een beschermde woonvorm woon, krijg ik de vraag: “maar wat heb je dan?”. Meestal is dat in een sociale omgeving, een kroeg ofzo. Het antwoord op die vraag wisselt nog wel eens. Het vergt een groot inschattingsvermogen van mijn kant, om het antwoord op die vraag te formuleren, specifiek voor de persoon die tegenover me staat. Enkele van de antwoorden zijn: “ik ben psychisch kwetsbaar”, “ik ben psychose gevoelig” en “ik heb schizofrenie”, of, wanneer ik de conversatie zo snel mogelijk wil beëindigen; “chlamydia”.

Door de recente ontwikkelingen in de wereld, vooral in onze maatschappij, ben ik soms bang te zeggen dat wat ik werkelijk heb. Stigma wordt flink bestreden, maar vanuit een ander licht viert zij haar hoogtij.

Laatst nog, een man van middelbare leeftijd in mijn stamkroeg, na het gadeslaan van mijn gehavende armen door de automutilatie: “Maar wat heb je dan?”

Ik waag me niet vaak aan politieke of actuele discussies. Zeker niet online. Niet in de minste plaats omdat ik er geen snars vanaf weet. Mijn televisie is al jaren de deur uit en kranten lezen heb ik nooit werkelijk gedaan. Niet omdat het me allemaal niet interesseert, maar met name omdat ik heel droevig word van nieuws. Ik herinner me de koninginnedag van 2009, waar ik voor de televisie die auto zag inrijden op die mensenmassa. Ik was op dat moment pas enkele weken opgenomen op de acute afdeling van het UCP en voelde me vooral heel schuldig.

Met de grootste weerzin scroll ik soms door mijn facebook tijdlijn. Ik volg wel een aantal nieuws sites, meestal lokale, maar ook bijvoorbeeld NU.nl. Zo krijg ik het echt grote en belangrijke nieuws toch wat mee. Toen de Notre Dame afbrandde was ik best wat ontdaan. Ben er ooit nog met mijn lieve tante geweest, toen ik een jaar of 12 was. Toen we terugkwamen van vakantie heb ik “de klokkenluider van de Notre Dame” van Disney wel 20 x gezien, zo gefascineerd was ik door de magie van het bouwwerk.

Ook volg ik af en toe de berichten over de “verwarde personen”. Of de “beesten”, zoals ze vaak genoemd worden. Het momenteel meest bekende en meest recente voorbeeld is Thijs H., die ervan verdacht wordt 3 wandelaars om het leven te hebben gebracht, alvorens hij zich weer meldde bij een GGZ instelling. Ik las een interview met zijn ouders, die vertelden dat het niet paste bij het beeld wat zij hadden van hun zoon; een teruggetrokken jongen die al zijn halve leven worstelde met depressies en sinds een aantal maanden antidepressiva slikte. Stelling van pa was dat Thijs door die medicijnen waarschijnlijk in een psychose was beland.

Speculatie is een ding. Oordelen ook. Wat mij opvalt in de reacties onder zo’n nieuwsartikel is dat de meeste mensen met beide minder moeite lijken te hebben dan ik. Ik weet niet wie Thijs H. is. Ik weet niet hoe hij zich voelde ten tijde van zijn misdaden (ervan uitgaande dat hij ze hoe dan ook gepleegd heeft), en ik weet niet hoe ik hem kan helpen. En of hij nou psychotisch was of niet, er zijn hier alleen maar slachtoffers.

Een dader kan ook tegelijkertijd slachtoffer zijn. Sterker nog, in mijn optiek is een dader altijd een slachtoffer. Want welk mens, bij zijn goede verstand, kiest er voor een ander zoiets aan te doen? Er moet in ieder geval, in elk geval, iets mis zijn met het verstand van de dader, waardoor hij tot zijn of haar gruweldaden overgaat.

En dan bedoel ik helemaal niet dat al die misdadigers sympathie verdienen. Dat we met z’n allen medelijden moeten hebben met die misdadigers, of dat ze allemaal TBS zouden moeten krijgen. In alle eerlijkheid: ik weet het niet. Maar het lezen van alle reacties onder zo’n nieuwsartikel als dat van Thijs H. maakt me vooral zo ontzettend droevig. Ik geloof, nee, ik wens te geloven dat Thijs H. geen slecht persoon is. Ik kies ervoor te geloven dat hij een goed maar verward mens is dat hele slechte dingen heeft gedaan. Hulp en straf heeft hij nodig. En soms is straf ook hulp en andersom.

Ik kan nu van de daken gaan schreeuwen dat het allemaal ligt aan de bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg. En ik kan reageren op de mensen die posten dat het “beest” moet worden “afgeslacht”. Liever dan dat stop ik het weer weg in een hoekje van mijn geest, en probeer ik te vergeten wat er allemaal in deze vreemde wereld gebeurt.

Het leven zit vol met dit soort voorbeelden. Laatst nog; op klaarlichte dag iemand doodgestoken bij de Zernike campus hier in Groningen. En Anne Faber. “Als Anne mijn dochter was geweest had ik die mafkees hoogstpersoonlijk doodgemarteld!” En wat had je dan gedaan als je de vader was geweest van Micheal P.? Wat had je dan geroeptoetert op social media?

We zijn allemaal hetzelfde. We zijn allemaal mens. Thijs en ik. Ik en Thijs. Ik ben ook die verwarde vrouw geweest die soms wat over straat scharrelde. De vraag die opkomt is of mijn psychoses minder heftig waren dan de zijne, of gewoon vredelievender? Meer naar binnen gekeerd?

We moeten goed begrijpen dat het ons allemaal overkomen kan. Zowel wat er met de slachtoffers als met de dader is gebeurt. Ik ben soms bang op straat, ’s nachts, omdat er om de haverklap wel iemand overhoop gestoken wordt. Eigenlijk zouden we even bang moeten zijn voor de mogelijkheid dat we dader worden. Iedereen kan in een psychose raken, en niemand garandeert je dan dat je niet uit angst of woede een ander iets aandoet. Toch lijkt dit beeld minder voor de hand liggend? Waarom?

“Maar wat heb je dan?”, vroeg hij. “Chlamydia”, zei ik, en draaide me triomfantelijk om.

 

Kris Vesseur is componiste, schrijfster en theatermaakster. Iedere maand schrijft zij een blog over een thema rondom beschermd wonen. Ze is gediagnosticeerd met schizofrenie en woont zelf in een beschermde woonvorm. Haar werk is doorspekt met haar psychische kwetsbaarheden en wat dat met haar leven doet. Ze beschrijft het op zowel pijnlijke als hilarische wijze. Voor meer van haar werk kan je haar website ProductiefLabiel bezoeken.