Afgelopen week behaalden we in Nederland de memorabele temperatuur van 40 graden celsius. Dat leidde tot alle zomerse taferelen; (te) veel huid op straat en (te) veel ijsjes eten. En ook tot 3 dagen migraine in de avonduren omdat mijn medicatie blijkbaar iets veroorzaakt wat hyperthermie heet. Mijn zomerjurken uit het stof gevist en in zo weinig mogelijk kleding de dag doorkomen. Van nature ben ik een ijdel mens.

Vorige week vergreep ik mij bijna aan het kopen van oorbellen. Zilverkleurige sliertjes, waaraan, in volle schittering, enkele subtiel gevormde scheermesjes bungelden. Het dragen van die dingen zou mijn zelfspot naar een hoger niveau brengen, zo bedacht ik mij, haast tegen het belachelijke aan. Ik kon het niet helpen de verkoopster te vragen of die dingen nou werkelijk verkocht werden. Het antwoord was dat body modification in de lift zit. Weinig van een echt antwoord dus.

Ik twijfelde of ik tot aanschaf over moest gaan. Hoewel ik graag rondloop met een knipoog naar mezelf is dit een geval wat bij enkelen gevoelig zal liggen. Niet in de minste plaats mijn vader, die het met mijn automutilatief verleden nog steeds moeilijk heeft, althans, daar ga ik voor het gemak dan maar van uit.

Uiteindelijk verliet ik de winkel met een zomerjas (met lange mouwen) en een hoop vraagtekens omtrent mijn ijdelheid.

Toen ik, een jaar of 3 geleden, besloot mij in de zomer niet langer te hullen in spijkerbroek en longsleeve maar in hempje en rok, voelde ik me bevrijd. Naakt, dat ook. Ik kon mezelf niet heugen in korte mouw, daar ik vrijwel mijn hele bewuste verleden in mijn armen heb gekrast, gebrand en gesneden. Ik had er schoon genoeg van. Misschien was die dag het begin van mijn werkelijke acceptatie.

Toen ik op die eerste hete zomerdag, open en bloot, de kroeg betrad, alwaar ik vrienden en bekenden trof was daar, zonder aankondiging, mijn ijdelheid. De opmerkingen, die ik tot op de dag van vandaag nog steeds wel eens naar mijn hoofd geslingerd krijg, getuigen van (dis)respect en (on)begrip. Het meest hilarische voorbeeld is de kennis die aan mijn toenmalige beste vriend vroeg – haar rozenkrans bungelend om haar smalle nek – of ik misschien bezeten was door een duivel. Hilarisch en schrijnend tegelijk.

De laatste opmerking die ik ontving, nu een paar maanden geleden, was die van een oude man, die langs me liep terwijl ik in een waterig zonnetje van mijn wijntje lurkte. “Zo meiske, jij speelt in ieder geval geen verstoppertje”. “Nee meneer, dat heb ik lang genoeg gedaan, zie je wel?” antwoordde ik, hem met een mengeling van trots en schaamte mijn armen nog eens beter tonend.

Och, ik roep met zoveel overtuiging uit dat het iets is wat bij me heeft gehoord. Dat ik, inderdaad, niet langer wil verstoppen wie ik ben geweest, en daarmee wie ik bén. Ook ik ben gevormd door mijn verleden, maar wat is het dan, dat ik met jaloezie naar de mooie reine armen van de mooie dames kijk?

Er was een tijd waarin ik zelfs wilde douchen met mijn kleren aan. Er was een tijd waarin ik vol welbehagen voor de spiegel stond wanneer het bloed uit mijn ledematen gutste. Mijn psychotische zelf, voldaan terugkijkend in de reflectie.

En wanneer ik dan ontwaak, te vroeg en eenzaam, voel ik de pijn in beide armen en benen alsof het gisteren was. Het is een soort van omgekeerde heimwee.

En dan hebben we altijd nog de liefde. Missen is een dagtaak, daar kan dit ook nog wel bij. Deze ochtend, waarbij ik snel mijn badjas aantrek om de gehavende armen te verbergen (louter voor mijzelf) kijk ik op tegen de dag en meer nog tegen de avond alwaar ik mijn ijdelheid zal voelen. Soms repeteer ik haar. Soms oefen ik voor de spiegel met het uitkleden, doend alsof mijn spiegelbeeld mijn vriendje is.

In mijn hoofd verbleek ik bij de dartelende dames. In mijn hoofd schreeuw ik het soms uit. In mijn hoofd ben ik een mutant, zo nu en dan.

In de wereld draag ik mij met verve. Inmiddels heb ik, als ik samen met een vriend of vriendin in de stad loop met korte mouw of blote benen, niet meer zo’n last van alle starende ogen die harder op mijn huid branden dan de zon. Maar soms, als ik alleen ben in een openbare gelegenheid, ben ik me er zo bewust van. Van het feit dat ik “anders” ben, al is het maar omdat mijn littekens zichtbaar zijn op mijn lijf terwijl ze bij de meeste mensen verscholen zitten in de ziel.

De oorbellen heb ik inmiddels aangeschaft.

Kris Vesseur is componiste, schrijfster en theatermaakster. Iedere maand schrijft zij een blog over een thema rondom beschermd wonen. Ze is gediagnosticeerd met schizofrenie en woont zelf in een beschermde woonvorm. Haar werk is doorspekt met haar psychische kwetsbaarheden en wat dat met haar leven doet. Ze beschrijft het op zowel pijnlijke als hilarische wijze. Voor meer van haar werk kan je haar website ProductiefLabiel bezoeken.