Gisteren stond ik op Groningen CS op de bus te wachten. Naar Assen, want mijn vader had hulp nodig met het verslepen van de bedden van mijn ouders. Verbouwing van de badkamer, dus een paar weken beneden bivakkeren. Hoewel ik twee broers heb die aanzienlijk sterker zijn dan ik – of dat enkel fysiek is laat ik even in het midden – had hij mij gevraagd te komen helpen. Vader grapte, terecht, dat hij nog een aantal verhuizingen te goed had. Zodoende stond ik dus op zondagmiddag boxsprings te versjouwen.

Station dus. Het was niet eens zo koud voor een novemberdag. Ik wachtte geduldig op lijn 309 terwijl ik een sjekkie rookte, toen ik plots belandde in een zowel hilarische als toch ook best wel enge situatie. Vanuit het niets werd ik aangevallen door een duif. Ik verzin het niet. Het beest kwam aangefladderd en had het voorzien op mijn gezicht. Ik moest de duif, die duidelijk uit was op bloedvergieten, letterlijk een paar klappen verkopen terwijl ik wanhopig probeerde mijn ogen te beschermen tegen de pikkende snavel.

De omstanders op het station lagen in een deuk van het lachen. Het dier gaf niet op. Toen ik het een rake klap verkocht had en het richting grond ging, half vallend, half vliegend, duidelijk onder de indruk van de kracht van een mensenhand, deed ik gauw een paar stappen achteruit. Een meisje vroeg “Gaat het?”. Op dat moment barste ook ik in lachen uit. Deels omdat ik de absurditeit van de situatie inzag, deels omdat ik toch bang geweest was dat ik in het ziekenhuis had moeten uitleggen dat ik was aangevallen door een psychotische duif.

Ken je dat? Dat je ergens volledig induikt? Niet bewust van wat de gevolgen zijn? Of beter gezegd; niet bewust van wat de gevolgen zouden kunnen zijn. Bij mij gebeurt dat enkel in blinde paniek, in het geval van de duif waarschijnlijk vanuit datzelfde gevoel, of vanuit een vorm van woede. Maar soms, heel soms, vergeet je te denken en te redeneren, niet omdat je bang bent, maar omdat het goed is.

Iemand zei ooit, niet eens zo lang geleden: “Als het goed voelt, doe het, maar heb er nooit spijt van”. Een motto wat ik niet vaak toepas. Hoewel er weinig dingen in mijn leven zijn waar ik werkelijk spijt van heb, ben ik van nature niet uitermate impulsief. Ik overdenk. Redeneer en analyseer gevoelens, gedachten en waarneming. Moet ook wel, want het verleden heeft mij geleerd dat ik niet altijd kan vertrouwen op mezelf. Ik kies mijn woorden zorgvuldig. Ik handel doordacht.

En toch, zijn er die uitzonderlijke situaties waarin ik niet redeneer. Waarin horen, zien en denken mij überhaupt vergaat. Dat wat rest? Het voelen. Sensaties die mij vreemd zijn, en die toch zo vertrouwd voelen. Ik voel, dus ik ben. Head-first in emotie. Kamikaze.

“Het is oké”. Woorden die ik vaak uitspreek; naar mijzelf, naar mijn omgeving. Ik ben oké. Het gaat goed met mij. Beetje overweldigd misschien, maar niets wat ik niet hanteren kan. Er is enkel 1 antwoord mogelijk op die meest gestelde vraag. “Alles goed?”

Nee, natuurlijk niet. Maar Ik ben oke. Ik ben content. Soms een heel klein beetje gelukkig.

Alles komt goed. De woorden die ik het meeste haat. Leugen eerste klas. “Goed” is meer dan “oké” en “alles” is een veel te groot begrip. Natuurlijk komt niet alles goed. Hoeft ook niet. Blijven ademen. Niet doodgaan. Of flauwvallen.

“Gaat het?”, vraagt ze. Ik kijk in haar heldergroene ogen, wij beide bekomend van de eerste schrik. Omstanders hebben hun telefoons uit jaszakken en tassen gehaald en balen zichtbaar dat het schouwspel niet lang genoeg duurde om op film te worden vastgelegd. Als de duif iets volhardender was geweest was ik nu een YouTube hit.

Ik pluk een duivenveertje uit mijn haar, terwijl de tranen van het lachen en de schrik over mijn wangen biggelen. “Ik ben oké”, verzeker ik haar. Een bescheiden glimlach verschijnt op haar gezicht en ze draait zich om. Ik kijk haar na terwijl ze wegloopt. De enige die zich bekommerde om de duivenaanval en mijn bijbehorend welzijn.

In de bus fluister ik het nog een aantal keer tegen mezelf, niet alleen vanwege de duif, maar vanwege het leven zelf.

“Ik ben oké.”

 

Kris Vesseur is componiste, schrijfster en theatermaakster. Iedere maand schrijft zij een blog over een thema rondom beschermd wonen. Ze is gediagnosticeerd met schizofrenie en woont zelf in een beschermde woonvorm. Haar werk is doorspekt met haar psychische kwetsbaarheden en wat dat met haar leven doet. Ze beschrijft het op zowel pijnlijke als hilarische wijze. Voor meer van haar werk kan je haar website ProductiefLabiel bezoeken.